affiche 1946Ondanks de grote textielschaarste en de tot stilstand gedwongen mode-industrie bleek zich toch tijdens de oorlogsjaren een nieuw modebeeld te ontwikkelen. Dit was vooral gebaseerd op vindingrijkheid. In Engeland werd de ‘fashion group of Great Britain’ opgericht, die modeshows organiseerde waar werd getoond hoe men van oude kleding iets nieuws kon maken. In Nederlandse damesbladen stonden zelfs aanwijzingen hoe men zelf schoenen kon vervaardigen. Een lippenstift was een begerenswaardig bezit, want met make-up werd het gemis aan variatie in de kleding gecompenseerd. Over het algemeen trachtte de Westeuropese vrouw het moreel hoog te houden door haar uiterlijk niet te verwaarlozen. Het materiaaltekort beïnvloedde het modebeeld sterk. Waar vroeger kerk en staat aandrongen op decente kleding, werd de vrouwen nu van overheidswege verzocht met zo weinig mogelijk te volstaan.

De kleding van de vrouw was voornamelijk praktisch. Deze was ook wat mannelijk door de verbrede schouders met schoudervullingen en de kordate rechte rokken. De japon was dikwijls van twee soorten stof gemaakt: twee oude jurken vormden één nieuwe. De mouwen waren vaak geplooid ingezet.                                                                                Van vooroorlogse herenkostuums werden grijze mantelpakjes gemaakt.Kunst is mensenwerk_ rokken
De zomerse dracht was een vooroorlogse jurk of een rimpelrok met een bloesje of een zelfgebreid kort truitje. Omdat er geen kousen waren droeg men veel pantalons. Dit was voor het eerst dagelijkse kleding voor vrouwen!
De mantel: oude mantels werden wel voorzien van fluwelen kragen. Regenjassen in een  trenchcoat model werden vervaardigd van waterdicht gemaakte lakens.
Het haar: omdat men zich door middel van de haardracht zonder veel kosten kon verfraaien, werd veel werk van het kapsel gemaakt. Men zette krullen of bleekte het haar. Het kapsel was lang, dikwijls het voorste deel opgestoken in krullen.
De hoed: dezelfde modellen als in de jaren dertig, vaak opgesierd met een voile. Hoofddoeken om de kin geknoopt of als tulband.
De accessoires: zelfgemaakte schoudertassen van touw, leer en hout, mof van resten bont, gebreide wanten.
De kousen: speciaal vermeld vanwege het feit dat katoenen sokjes werden gedragen zelfs bij schoenen met hoge hakken (bij gebrek aan zijden, wollen kunstzijde kousen). Vindingrijk detail: op blote benen en hielen tekende men de naden van kousen.
De schoenen: vooral praktische modellen met blokhakken. Veel kaplaarzen.
Toen alle voorraden waren verbruikt ging men zelf schoenen maken; voor het gemak met doorlopende houten of kurken zolen. Dit werd een nieuwe mode: de sleehak.
dames1940